VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

Werk altijd voorzichtig en zorgvuldig met het apparaat. Doe geen dingen die uw eigen veiligheid of die van omstanders in gevaar kunnen brengen. ​ ​

  • UITLAATGASSEN  bevatten het giftige koolmonoxide. Laat het aggregaat daarom nooit in een afgesloten ruimte draaien, maar gebruik het aggregaat bij voorkeur buiten. Zorg in ieder geval voor adequate ventilatie en houd in de gaten dat deze ventilatie niet wordt belemmerd.
  •  HEET!  De demper en het uitlaatsysteem worden tijdens de werking erg heet en blijven dat ook nog geruime tijd na het stoppen van het aggregaat . Raak hen dan niet aan! Let ook op de waarschuwingslabels op het apparaat. Laat de motor afkoelen voordat u het aggregaat binnen opbergt.
  • BENZINE  is onder bepaalde omstandigheden buitengewoon ontvlambaar en explosief. Vul de tank altijd bij in een goed geventileerde omgeving, met een uitgeschakelde motor. Houd vuur, rook, vonken (ook bradende sigaretten enz.) daarbij uit de buurt. Dep gemorste brandstof onmiddellijk op. Gebruik het aggregaat niet in een omgeving met een verhoogd risico op brand.
  • AANSLUITINGEN OP HET ELEKTRICITEITSNET   (als noodstroomvoorziening)   Deze aggregaten zijn niet geschikt om aan te sluiten op het elektriciteitsnet.  
  • INSPECTIE VOOR GEBRUIK. Controleer voor elk gebruik een aantal punten, om  ongelukken of schade voorkomen: - Zorg voor minimaal een meter vrije ruimte rondom een aggregaat in werking.
  • - Een aggregaat in werking moet altijd op een effen, horizontaal oppervlak staan. Overhellen kan brandstoflekkage tot gevolg hebben 
  • - Zorg ervoor dat degene die het aggregaat bedient weet hoe het snel kan worden uitgeschakeld en hoe alle voorzieningen werken. Laat nooit iemand het aggregaat bedienen zonder duidelijke bedieningsinstructies!
  • - Houd kinderen en (huis)dieren uit de buurt als het aggregaat werkt.
  • - Blijf uit de buurt van de roterende delen van het werkende aggregaat.
  • - Een aggregaat in werking is een potentiële bron van elektrische schokken; bedien het nooit met natte handen.
  • - Laat het aggregaat nooit in regen of sneeuw werken en voorkom dat het nat wordt.
  • - Let, om verbranding of schroeien te voorkomen, ook op de waarschuwingen op het aggregaat.

 

​GELUIDSNIVEAU EN STROOMAFNAME AGGREGATEN

 

LWA versus dB(A)
Het geluidsniveau van een aggregaat wordt soms in LWA, soms in dB(A) uitgedrukt. Het verschil zit in de afstand tussen meetpunt en geluidsbron. LWA wordt tegen het aggregaat (of welke geluidsbron dan ook) aan gemeten; dB(A) wordt op een bepaalde afstand van het aggregaat gemeten; daar hoort altijd bij te staan hoeveel meter die afstand bedraagt.

Dus: LWA is dB(A) op 0 meter.

* Op 1 meter afstand vermindert de LWA-waarde met 8 punten naar dB(A) - 1 meter
* Op 4 meter afstand vermindert de LWA-waarde met 20 punten naar dB(A) - 4 meter
* Op 7 meter afstand vermindert de LWA-waarde met 25 punten naar dB(A) -7 meter
* Op 10 meter afstand vermindert de LWA-waarde met 28 punten naar dB(A) -10 meter

Als het geluidsniveau 95 LWA is, dan geldt dus:
* 87 dB(A) op 1 meter afstand
* 75 dB(A) op 4 meter afstand
* 70 dB(A) op 7 meter afstand
* 67 dB(A) op 10 meter afstand

Het menselijk oor ervaart een toename met 10 dB(A) ongeveer als een verdubbeling van de geluids- sterkte.

Piekstroomafname

De meeste elektrische apparatuur vraagt bij het opstarten even wat meer vermogen van de stroom- bron (lichtnet of aggregaat) dan tijdens het gebruik: de piekstroomafname. Voor het lichtnet vormt dat doorgaans geen probleem; bij een aggregaat bestaat het risico dat daarmee het continu-vermogen en evt. ook het maximale vermogen van het aggregaat wordt overschreden. Dat laatste zal tot problemen leiden: het aggregaat is ‘te licht’ om het apparaat te starten hoewel het dat, eenmaal in werking, goed zou kunnen bedienen. Een oplossing kan zijn de apparatuur in een andere volgorde aan te sluiten: eerst het apparaat met de hoogte piekstroomafname en pas als dat rustig werkt de rest, in volgorde van afnemende vermo- gensvraag. Sluit alle apparatuur in ieder geval nooit gelijktijdig aan! Sommige apparatuur vraagt evenwel een zó hoge piekstroomafname dat er bij de aanschaf van een aggregaat rekening mee dient te worden gehou- den. Koelapparatuur is daar een berucht voorbeeld van. In onderstaand overzicht vindt u van de meest gangbare elektrische apparatuur een piekstroom coëfficiënt: de factor waarmee het vermogen van het apparaat dient te worden vermenigvuldigd voor de piekstroomafname. Deze cijfers zijn indicatief en kunnen per merk/motor verschillen. In zijn alge- meenheid hebben zwaardere motoren een hogere coëfficiënt dan lichtere. Apparaten zonder motor (lampen enz.) hebben een coëfficiënt van 1.

 

Kipor geeft de volgende piekstrooomcoëfficient voor enkele veel gebruikte apparaten:

  • Verlichting, radio, tv, koffieautomaat, magnetron, tl, halogeen: 1 - 1,25
  • Stofzuiger, mixer, boormachine, slijper, cirkelzaag: 1,25 - 2
  • Grasmaaier, kettingzaag, hakselaar: 2-3
  • Compressor, hogedrukreiniger, betonmolen, waterpomp: 3-4
  • Airco, koelkast, diepvries, wasmachine: 3,5 - 5 
  • Lasapparatuur: 5-10
© 2012 - 2020 PowerfulProducts.nl | sitemap | rss